Passages, Het verre en het nabije. Le lointain et le proche
….’Spontaan en ogenschijnlijk onbezonnen, lichamelijk en nooit onnatuurlijk, brengt zij haar emoties over (…) Uiterst fijnzinnig wordt zij als ze ertoe over gaat – tussen alle heftigheid van factuur en palet door – om de blik van de afgebeelde vrouwen vast te leggen in hun ingetogen charme, schuwheid, begrip, kwetsbaarheid (…) De spanning tussen droom en werkelijkheid, die zo kenmerkend is voor haar manier van werken, heeft zij ook in haar recentere werk weten te bewaren….’
Frans Budé
Jaagpad
Enkele reacties op het boek ‘Jaagpad’, Marianne Aartsen/Eva Gerlach, uitgeverij Glance-aside 2003
Ons Erfdeel, april 2004, Anneke Reitsma
De schilderijen van Marianne Aartsen, die van een prachtige doorschijnendheid zijn, – beelden zo’n fier zelfbewustzijn uitstralen (waarbij de betovering overigens intact blijft).
Over dit boek:
‘Perfecte symbioze tussen beeld en taal’, Catharien Romijn, Limburgs Dagblad, 1 maart 2003
‘Bij 21 van haar (Marianne Aartsen) werken schreef Eva Gerlach gedichten, ‘Jaagpad’ heet de bundel waarin beeld en taal een perfecte symbiose aangaan’
….’Hun wereld is er een vol van raadselachtige verrassingen. Van de onomkeerbare dood en het dagelijks bestaan. Niet zwaarwichtig ,maar breekbaar en soms lucide en toverachtig.
Alledaagse plaatjes doen daarin niet terzake. Realistische schilderkunst evenmin.
Het gaat om de jacht op de vorm die leegte en abstractie suggereert. Zo vertellen haar doeken en panelen een haast ongrijpbaar verhaal.….Zo brengt ze ademdunne verf laag over laag aan. Voegt iets toe haalt weg, ze vernietigt om iets nieuws te krijgen. Destructie en creatie….Marianne Aartsen laat vormen van kleur, delen van lichamen vallen en stijgen.
Een zwarte lijn wordt tot een danseres. Met een vloeiende beweging toont ze ons de poorten van de hel of laat ze een riviergod dobberen. Ook de haas, symbool van snelheid en onafhankelijkheid, verschijnt opnieuw in haar werken. Ze laat in haar hazenschilderijen gaten vallen, die je met het oog aanvult. In de leegte vermoed je het dier maar zeker is dat niet. Indringend zijn haar portretten. Ze verbeeldt ze vol raadselachtige vertedering, sereen met een vleugje melancholie.’
Het boek is te bestellen via uitgeverglanceaside@home.nl
Dogonverhalen/ Fascinatie van de haas
Enkele reacties op het boek ‘Fascinatie van de haas/Dogonverhalen’, uitgeverij Glance-aside 2003
De Limburger 2004
‘Die kleine hazen die onder de verhalen door rotzooien, ik vind ze in hun nonchalante zelfverzekerdheid naadloos aansluiten aan bij de verhalen‘
Nederlands Dagblad, 9-1-04, Rien van den Berg
‘Een fraai luxe boek met mooi beeldwerk, (vooral de schetsmatige zwart-wit tekeningen overtuigen onmiddellijk), met intrigerende verhalen.’
De Limburger en Het Limburgs Dagblad, Emile Hollman, 11-11-2003
Hoe een haas een hufter kan zijn
De Maastrichtse kunstenares Marianne Aartsen is al vele jaren gefascineerd door de haas en geeft daar in haar werk blijk van. Ze bracht opnieuw een boek uit waarin het beest een hoofdrol opeist. Niet alleen in haar schilderingen en steendrukken, ook in de tien bijgevoegde fabels die ze op liet tekenen bij het Malinese Dogonvolk.
In die verhalen laat het beest zich niet van zijn beste kant zien. Sterker, de vos uit de fabels van La Fontaine is een watje vergeleken bij broer haas uit Mali. Het blijkt een smiecht, een fielt, een loeder, een ploert, een hufter, een verrader, een luilak, een oplichter en een lomperik. En als het er op aan komt is zijn naam nog haas ook. Het hoeft verder geen betoog dat de haas hier is overladen met weinig benijdenswaardige maar onmiskenbaar menselijke eigenschappen.
Neem het nogal schokkende verhaal Het snode plan van de haas. Het beest heeft al zijn vrinden uitgenodigd voor een gefingeerd huwelijksfeest. Ze hoeven vooraf niet te eten, maakt hij hen wijs. Onderweg bepaalt de haas in welke volgorde ze moeten lopen. Voorop de aardworm, dan de haan, de kat, de hond, de hyena, de leeuw en achteraan de olifant. Dit om hun eetlust aan te wakkeren en hen te verleiden tot het kwaad. In die volgorde verslinden of verscheuren de dieren elkaar en uiteindelijk zijn enkel de haas en de olifant nog over. De haas zegt strootjes in de oren van de olifant te moeten steken om er mieren uit te peuteren. Als hij er de brand in steekt, legt de mastodont het loodje. Met als beloning: de haas is nog het enige dier in de natuur.
“Ach”, zegt Marianne Aartsen, met gevoel voor understatement, “ik ken diverse hazen en daar ben ik zuinig op. Want ze maken het leven aangenaam verontrustend.” En met deze knipoog heeft ze kennelijk ook de haas uit de fabels die zelf uit het West-Afrikaanse Mali haalde in het hart gesloten. Afgezien van het genoegen dat ze erin schept hazen af te beelden, gebruikt ze het beest graag als metafoor, voor snelheid bijvoorbeeld of onafhankelijkheid. En ze is de enige niet, de haas heeft steeds zijn rol opgeëist in grote culturen, wereldwijd en van alle tijden. Ook bij de Dogon dus.
Volgens de mythe van het volk wordt het goede vertegenwoordigd door Nommo, vaak afgebeeld als haas en het kwade door Yourougou, neergezet als de vale vos of de hyena. En al valt er veel af te dingen op de wijze waarop de haas de foute dieren een loer draait; hij brengt orde en geluk. Via zulke verhalen worden kinderen van de Dogon gewaarschuwd. Zelfs een hoofs verteller kan een bedrieger zijn.
Nog maar eens dat fraaie, al vaker rondgestrooide verhaal die Mariannes fascinatie voor de haas moet verklaren. Als kind vond ze op de Veluwe een ronde granietsteen. Haar vader beweerde dat het een hazenei was. En dat, wanneer er een haas uit zou kruipen, deze zou zijn als een loopeend die haar altijd als zijn moeder zou herkennen. Uit die steen kwam geen haas maar de fascinatie voor de haas voort.
Aartsen reisde vier keer naar Mali, woonde er korte tijd, gaf er les en exposeerde in de hoofdstad Bamako. Ver weg van het moderne leven luisterde zij in het Dogon-gebied naar de verhalen die op menige cour onder de sterrenhemel al generaties worden verteld. De animistische Dogon bouwden, om uit de handen van de islamieten te blijven, prachtige dorpen die spectaculair rond een steil rotsplateau, de Falaise, zijn gebouwd. In die verborgenheid kon een heel eigen cultuur ontstaan en behouden blijven.
Aartsen weet dat er nog heel veel van dat soort verhalen zijn. Maar hoe houdbaar zijn ze. Aartsen ging zeer integer te werk en liet de teksten in hun waarde. In een video-opname die ze er maakte, waarschuwt haar verteller dat de verhalen al veranderen als ze in de hoofdstad, zeventienhonderd kilometer verderop, komen.
De verhalen zijn ongeslepen en authentiek. Ze zijn voor Aartsen verteld en gezongen door Aljuma die ze in zijn eigen taal op schrift stelde. Hun wederzijdse vriend Amadou Bafily vertaalde de teksten in zijn Afrikaans Frans en Proust-vertaalster Thérèse Cornips tenslotte vatte de teksten samen in het Nederlands. Derhalve is het boekje (48 bladzijden) tweetalig en heeft Aartsen het zeer fraaie, door Piet Gerards vormgegeven werkje zelf vorig weekeinde al gespot in de museumwinkel van Het Louvre in Parijs.
In januari zal het boekje een plek krijgen tijdens een grote tentoonstelling over de Dogon in Bamako. Het is de bedoeling dat eind 2004 deze expositie verhuist naar Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden.
Marianne Aartsen, Aljuma Laiya Jinndo en Amadou Bafily Nioumanta: Dogonverhalen/Facinatie van de haas. Uitgeverij Glance-aside Maastricht. ISBN 9080797715. 14,95 euro.
Meisje en de haas/ Het verwijlen van de haas
Aartsens boek, Het meisje en de haas/ Het verwijlen van de haas (Uitgeverij Glance aside) – ditmaal met zowel beeld als tekst van haar hand.
Dit boek gaat over een uit de hand gelopen ontmoeting tussen een meisje en de haas, met ‘het onverwachte’ in de hoofdrol. Haas en het meisje wisselen van huid, delen van het lichaam, aard, oren en positie: afstand blijkt symbiose, en vice versa. Met achterlating van een deel van haar personage, maar met nieuwe haasachtige kenmerken bekleed, komt het meisje uit deze inwaartse reis vol intuïtieve recursiviteit tevoorschijn: Ontsnapt? Voltooid?
Het beeldende werk van Marianne Aartsen kenmerkt zich door een spanning tussen concrete en abstracte vormen die er een steeds toenemende dynamiek aan geeft. Het meisje en de haas is in deze ontwikkeling een hoogtepunt: een boek vol losse snelle tekeningen aus einem guss, gelardeerd met geheimzinnige schilderingen en voorzien van flarden tekst (in het Engels vertaald door Maud Peereboom Engelberts en Thérèse Cornips) die doen denken aan vluchtige muzieknotities. Baer
Cornet gaf het boek zijn bijzondere vorm.
“Hares have been part of Marianne Aartsen’s life for more than fifteen years now. They emerge and jump about in her paintings, lithos and statues. In 1998 she showed four rooms of hares in an exhibition at the Bonnefantenmuseum in Maastricht. On that occasion Philip Elchers presented the bibliophile publication The Hare’s Field/Campus Leporarius, a collection of hare poems that ten well-known poets had written as complements
to Aartsen’s paintings. After a trip to Mali in 2001 she elaborated the hare theme. With dogon Aljumar she prepared a first publication of authentic dogon stories about the hare: Fascinated by the Hare (published by Glance-aside, 2003).
Aartsen’s book, The Girl and the Hare/The Hare’s Sojourning (Glance-aside, 2005) –this time both drawn and written by her –is about the girl and the hare meeting. It gets out of hand, featuring ‘the unexpected’. The hare and the girl exchange skins, various parts of their bodies including their ears, characters, and positions: distancing turns out to be symbiosis and vice versa. Relinquishing part of her personality but sporting her new hare-like characteristics the girl emerges from this inward journey illustrating intuitive recursiveness: did she escape? task accomplished?
Marianne Aartsen’s work is characterised by the tension between increasingly dynamic concrete and abstract shapes. This development culminates in The Girl and the Hare, a book showing loosely drawn sketches aus einem guss, larded with mysterious painting. Her snatches of text (translated into English by Maud Peereboom-Engelberts and Thérèse Cornips) are reminiscent of cursory bits of music.“
Hareborne

Ging Aartsens voorlaatste boek Het meisje en de haas/ Het verwijlen van de haas (2005) over een uit de hand gelopen ontmoeting tussen een meisje en de haas, het boek Hareborne verbeeldt het leven van een haas, een inwaartse reis en zijn spiegelingen. De haas gaat aan de haal met zichzelf, zijn mythes en strevingen om zo kies mogelijk vat te krijgen op een camouflageakkertje bij zijn landing op het opgedoekte veld.
Het oeuvre van Marianne Aartsen is niet groot, wel constant. Haar delicate manier van schilderen, levendig en expressief geven de schilderijen een impact die je onmiddellijk raakt. Haar werk heeft iets
verleidelijks, is speels en intens. Zoals de kunstcriticus Pieter Defesche het omschreef ‘De kunst van Marianne Aartsen kan bogen op eigenschappen, die maken dat zij zich moeiteloos hechten in het
geheugen….je schroomt om de wereld van Marianne Aartsen binnen te gaan en haar bewaarde geheimen te ontraadselen…Ook het prachtig schilderschap is liefdevol. Dichterlijk bovendien’.
Haar beeldend werk plaatst zich tussen concept en het ambachtelijke, tussen abstractie en representatie. In het boek Hareborne gaat taal een tijdelijke verbinding aan met het beeldende werk in een poging om het ongrijpbare zichtbaar te maken
Bekijk de uitnodiging voor de tentoonstelling Hareborne hier (pdf)
Inleiding van Emily Ansenk bij opening van de tentoonstelling ‘Hareborne’ van Marianne Aartsen, 9 november 2007
Drs. Emily Ansenk was directeur van het Scheringa Museum voor Realisme. Zij is nu directeur van de Kunsthal in Rotterdam.
Mijn eerste ontmoeting met het werk van Marianne Aartsen dateert al uit 1994 ….De schilderijen van Aartsen sprongen er voor er mij uit…. Haar letterlijke en figuurlijke gelaagdheid en onuitgesproken beeldsuggestie bleven mij bij, tot vele uren, dagen nadat ik het werk gezien had.
Ze weet het oog aan zich te binden doordat zij de gedachtenwereld van de beschouwer weet te raken. Haar schilderijen of nog beter schilderingen worden nooit saai of oppervlakkig. Ze nodigen uit tot mijmeringen en vormen een ontdekkingsreis voor de beschouwer.
Wat maakt het werk van Marianne Aartsen zo bijzonder? Wordt u aangetrokken door het het expressieve kleurgebruik, de voorstelling, het formaat, of juist door het mysterie? Is het de thematiek die intrigeert of juist de techniek? Waarschijnlijk zullen we hier allemaal een ander antwoord geven. En dàt is het wat het werk mijns inziens juist zo boeiend maakt. Het is nooit eenduidig en gemakkelijk, of gemakzuchtig. Je ziet niet wat je ziet en de kunstenaar verklaart niet.
Je herkent thema’s, zoals hazen of de tafel, maar ieder werk kent, zoals gezegd, zijn eigen poëzie. Je laat je erin meezuigen, maar wordt vaak terug geworpen op jezelf. Dit heeft waarschijnlijk te maken met haar manier van werken: het werk ontstaat geleidelijk gedurende het proces. Zij maakt geen uitgewerkte voorstudies, de compositie is niet van te voren helder bepaald en de techniek van het werken in lagen zorgt telkens voor verrassingen.
In haar bronzen beelden zal dat proces wat anders gaan, maar ook daar kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat de Haas of het meisje onder haar handen te voorschijn komt, zonder vooropgezet plan.
Je zou kunnen zeggen dat Marianne Aartsen een intuïtieve kunstenaar is, waarbij zij opereert op het snijvlak van figuratief en abstrakt. De vorm en de betekenis komen voort uit het werk en niet andersom…
‘Introduction on the occasion of the opening of Marianne Aartsen’s exhibition
‘Hareborne’, 9 November 2007, by Emily Ansink, MA
Ansink is the former director of the Scheringa Museum for Realism, at present she is the director of the Kunsthal in Rotterdam.
My first meeting with the work of Marianne Aartsen dates all the way back from 1994 …Aartsen’s paintings leapt at me from the page … Her literal and metaphorical layers and her implicit suggestiveness of image stayed with me for many hours, even for days after I had seen the work.
She has mastered the art of capturing the eye because she knows how to touch the conceptual world of the onlooker. Her paintings, or perhaps rather depictions, never become tedious or superficial. They invite you to muse and contemplate, creating a voyage of dicovery for the onlooker.
What makes Marianne Aartsen’s work so special?
Are you attracted by the expressive use of colour, the concept, the format – or by their very mystery? Is it the choice of themes that intrigues you, or the very technique? Presumably, each one of us would come up with a different answer. And that, in my opinion, is precisely what makes her work so exciting. It is never non-ambiguous and easy, or lazy. You do not see what you see – and the artist offers no explanations.
You recognize themes, such as the hare or the table, but each work – as mentioned – has its own poetry. You allow yourself to be sucked into the picture, but are often thrown back on yourself. This has probably something to do with the way in which she works: the work gradually comes into being during the process. She makes no detailed preliminary studies, the composition is not clearly defined in advance and the technique of working in layers also ensures surprises.
In her bronze statues the process is
somewhat different, but there too I cannot escape the impression that the Hare or the girl emerge beneath her hands, without a pre-set plan. You might say that Marianne Aartsen is an intuitive artist, operating on the interface between the figurative and the abstract. The form and the meaning emerge from the work, and not vice versa…
Emily Ansenk
translation by John Irons
Hazenveld

Van 28-02-1998 tot 17-05-1998 (solo) tentoonstelling Marianne Aartsen in het Bonnefantenmuseum. Bij de expositie verscheen een dichtbundel.
In de pers verschenen de volgende berichten over de tentoonstelling
De Limburger, Wim Doesborgh, 10–03-1998
…De spanning tussen op het eerste gezicht alleraardigste hazen die over de schilderijen huppen en de morbide realiteit van de dood die het beest al heeft ingehaald, voordat we hem goed en wel hebben bekeken- daarmee pakt de kunstenares ons fijn bij de kladden…
Limburgs Dagblad, Pieter Defesche, 25–03-1998
….De kunst van Marianne Aartsen kan bogen op eigenschappen, die maken dat zij zich moeiteloos hechten in het geheugen….je schroomt om de wereld van Marianne Aartsen binnen te gaan en haar bewaarde geheimen te ontraadselen…Ook het prachtig schilderschap is liefdevol. Dichterlijk bovendien. Als altijd vol raadsels, maar ook vol verrassingen.
De Morgen (België), Marc van der Bossche, 14-03-1998
….Aartsen slaagt erin om de toeschouwer tot blijven kijken te dwingen. De hazen bevinden zich altijd in een mengelmoes van in elkaar vloeiende kleurenvlakken, die niks afbeelden maar altijd suggereren dat ze dat wel doen…
Seamus Heaney schreef over de litho’s van hazen, die samen met schilderijen werden tentoongesteld in 1998 in het Bonnefantenmuseum het volgende:
“They are delightful, nimble, cheerful, full of live” (“ze zijn verrukkelijk, lichtvoetig, vrolijk en vol leven”).
Een strofe uit zijn gedicht Squarings xliii staat als motto voor in het boek Hazenveld/ Campus Leporarius uitgegeven bij de gelijknamige tentoonstelling in het Bonnefantenmuseum.
Solstitium
Enkele reacties op het boek ‘Solstitium’, Eva Gerlach/Marianne Aartsen, Uitgeverij Herik 2000
Als vijftigste deel verscheen in de Zwarte reeks van uitgeverij Herik Solstitium, een dichtbundel van Eva Gerlach met tekeningen van Marianne Aartsen. Deze uitgave verscheen bij de uitreiking van de PC Hooftprijs aan Eva Gerlach.
In de pers verschenen de volgende berichten.
Elsevier, 2-06-2000, Jan Paul Bresser
‘Overigens niet alleen met haar eigen waarnemingen, maar later –in een prachtige bundel neergelegd- vergezeld van intrigerende tekeningen van de Maastrichtse kunstenaar Marianne Aartsen’
Volkskrant, 19-05-2000, Piet Gerbrandy
Ter gelegenheid van de haar toegekende onderscheiding en omdat de onvolprezen Zwarte Reeks van de Landgraafse uitgeverij Herik een feestje te vieren had, verscheen als vijftigste deel in die serie Gerlachs bundel Solstitium, dertien gedichten met twaalf schitterende afbeeldingen van de Maastrichtse Kunstenares Marianne Aartsen.
De Limburger, 28- 4-2000, Willem Kurstjens
Solstitium van Eva Gerlach en Marianne Aartsen onder dubbele auteursnaam. Tekst en afbeeldingen staan op gelijke hoogte. Soms vraag je je af wat er eerder was het beeld (=tekening, foto ,collage en/of litho) van Marianne Aartsen of het gedicht van Eva Gerlach.
De kracht van de afbeeldingen van Marianne Aartsen is dat ze je helpen naar de verborgen betekenissen in de gedichten te blijven zoeken. Solstitium is een prachtige uitgave een hoogtepunt in Heriks Zwarte Reeks.